Recensies 2002-2003
Alphen
Opus 2
In het seizoen 2002-2003 stond
Alphen Opus 2 regelmatig in het nieuws. Op deze web-pagina treft u
achtereenvolgens aan:
- Equi: Muziekbespreking nr. 1
van 2003 door Cor van Meteren in Samenspel, de tweemaandelijkse uitgave
van de NOVAM, de Nederlandse Organisatie voor Accordeon en
Mondharmonica.
- 'Whispers of Heavenly Death', het
gedicht van Walt Whitman uit de bundel 'Leaves of grass' dat als basis
diende voor het gelijknamige Community-project van Harry de Wit op 22
juni 2003.
- 'Geluidsarchitect Harry de Wit
bouwt muziek' met 'Fluisteringen van een hemelse dood' in de
Stadsschouwburg van Haarlem. Aankondiging van 'Whispers of Heavenly
Death 1' door Jan Kuys in het Haarlems Dagblad van 21 juni 2003
- 'Alles of niets-esthetiek op
koorbiënnale in onttakelde schouwburg', een recensie van Frits
van der Waa in de Volkskrant van 24 juni 2003 over de uitvoering van
'Whispers of Heavenly Death 1' in de Stadsschouwburg te Haarlem op 22
juni 2003.
- 'Harry de Wit biedt muzikale
ontdekkingsreis', een recensie van Jan Kuys in het Haarlems Dagblad
van 25 juni 2003 over de uitvoering van 'Whispers of Heavenly Death 1'
in de Stadsschouwburg te Haarlem op 22 juni 2003.
Equi
Muziekbespreking 2003-01 door Cor van Meteren
Ik wil graag voldoen aan een speciaal verzoek om een bespreking te
wijden aan de binnenkort uitkomende compositie 'Equi' van Jos van der
Wulp. Equi is speciaal voor accordeonorkest Alphen Opus 2 gecomponeerd.
Het werk is een hippische suite in 4 delen voor accordeonorkesten met
de bezetting: accordeon 1 t/m 4, basaccordeon, en uitgebreid slagwerk.
Duur ongeveer 11 minuten. Door de TAC is deze compositie in
de eerste divisie ingedeeld.
Deel 1: Boukephalos
Toelichting componist: Het fiere paard van Alexander de Grote.
Sterk, trots en onverschrokken.
Aldus heeft de componist dit eerste deel ook verklankt. Een vurige
inzet met een ritmisch en melodisch 4-tal unisono maten, waarna de
eerste partij de melodie op zich neemt. Het tempo Allegro gaat tot B
door. Dan zakt het tempo (meno mosso).
Alle partijen vullen elkaar goed op. Het snelle opgewekte
tempo keert bij C terug: een statig deel van 12 maten plus herhaling
met sfz. accenten op alle kwartnoten van de partijen 1 t/m 4. De
basaccordeon vertolkt de melodie. Vanaf D neemt partij 1 weer het
voortouw met een climax vanaf maat 55 met het slotmotief van het begin.
Deel 2: Rossinante
Toelichting componist: Trouwe compaan en dienaar van Don
Quichotte, de ridder van de droevige figuur, en al even melancholisch
van inborst.
Het gehele deel zit vol expressieve melancholie. Het begin
kenmerkt zich door de kleine en grote secunde schreden in de diverse
partijen. Achtereenvolgens partij 1, 2 en basaccordeon. De droevigheid
zet zich bij gedeelte A in partij 2 voort met een themaatje, welke in
partij 3 (in tegenbeweging) wordt voortgezet.
Ook de andere partijen proberen zich met korte motiefjes in het geheel
te mengen. De secunde schreden zetten zich ook in deel B voort. Het
surrealistisch aandoend arpeggio-accoord in het klokkenspel is de fp.
aanzet naar en pendendosi slot.
Deel 3: Jolly Jumper
Toelichting componist: De shag rokende, wereldwijze en flegmatieke
metgezel van zijn vaste berijder Lucky Luke, de man die sneller schiet
dan zijn schaduw.
De inleiding is voor de basaccordeon. Na 4 maten wordt deze door
de andere partijen met een ritmisch unisono ondersteund. Ook bij B
blijft de basaccordeon de stijgende en dalende melodische lijn
voortzetten, waarbij de andere partijen met triolen en onverwachte
zware accenten en crescendi ondersteunen.
Bij de delen D en F zorgt het chorale voor aangename rustpunten.
Bij G volgt een melodisch en ritmisch unisono in de partijen 4 en
klokkenspel. De basaccordeon vult de tegenbeweging in. Maat 55 en 56
een algehele unisono. Vanaf H vervult de basaccordeon weer z'n
hoofdrol. Deel 3 wordt hectisch afgesloten.
Deel 4: Beijaert
Toelichting componist: Het enige ros ter wereld met 4 ruiters
tegelijkertijd op zijn edele rug, maar dat waren ook nog maar kinderen.
Het begin is een hoepa-achtige 3/4 in de partijen 2 t/m 4 en
basaccordeon. Partij 1 zet een eenvoudig klinkende melodie in tot C.
Bij C draagt ook het slagwerk d.m.v. de xylofoon, woodblocks en pauken
z'n steentje bij. Het ritme van de 3/4-maat van het begin blijft de
boventoon voeren in dit laatste deel.
Bij E wordt nu het thema (in mineur) door de partijen 2 en 3
uitgevoerd. In G een unisono door de partijen 1 en klokkenspel. Het
thema is voor de basaccordeon (gr. en kl.). Het slot H en I met de
hoepapa en een motiefje van het thema zorgen voor de afsluiting van een
voortreffelijke compositie, waarop de componist Jos van der Wulp erg
trots kan zijn.
Het documentatienummer van Equi in het repertorium is 2059.

199.
Whispers of Heavenly Death
Walt Whitman
(1819–1892). Leaves of Grass
1900.
WHISPERS of heavenly death, murmur’d I hear;
Labial gossip of night—sibilant chorals;
Footsteps gently ascending—mystical breezes, wafted soft and
low;
Ripples of unseen rivers—tides of a current, flowing,
forever flowing;
(Or is it the plashing of tears? the measureless waters of human
tears?)
I see, just see, skyward, great cloud-masses;
Mournfully, slowly they roll, silently swelling and mixing;
With, at times, a half-dimm’d, sadden’d, far-off star,
Appearing and disappearing.
(Some parturition, rather—some solemn, immortal birth:
On the frontiers, to eyes impenetrable,
Some Soul is passing over.)
Geluidsarchitect
Harry de Wit
bouwt muziek
'Fluisteringen van een hemelse
dood' morgen in Stadsschouwburg
ººººººººººººººººººººººººººººººººººººººººººº
koorbiënnale - voorbeschouwing
Jan Kuys
'Whispers of heavenly death 1' van Harry de Wit. Dirigent
René
Niewint. Met Alan Belk (tenor), Daniël Cross (slagwerk),
accordeonorkest Alphen Opus 2 en een speciaal samengesteld koor.
Te horen, zondag 22 juni om 16.00 uur en
om 20.15 uur, Stadsschouwburg Haarlem.
ºººººººººººººººººººººººººººººººººººººººººººº
Lange manen, een gedreven houding. Geef Harry de Wit een paar
buizen, borden, stenen, het maakt niet uit wat, of hij produceert
geluid. Doe je dat officieel dan ben je muzikant of componist. Zo wordt
hij wel aangeduid. Zelf noemt hij zich liever 'geluidsarchitect'.
Voor de Internationale Haarlemse Koorbiënnale bouwt De Wit morgen
een unieke geluidsinstallatie in de Haarlemse Stadsschouwburg. Whispers of heavenly death 1 heet
het project dat hij heeft opgedragen aan zijn onlangs
overleden vriend Roderick Leigh.
Speciaal voor de Koorbiënnale bedacht en ontwierp componist,
performer en instrumentbouwer De Wit dit ambitieuze project. Het is een
werk voor amateur-zangers, het veelgeprezen accordeonorkest Alphen Opus
2, slagwerker Daniël Cross en acteur Alan Belk. Als dirigent is
René Nieuwint aangetrokken. In totaal staat er bijna honderd man
op het podium. De 'fluisteringen' bestaan uit drie delen, waarin het
gelijknamige gedicht van Walt Whitman centraal staat. De teksten
schreef De Wit met Roderick Leigh, aan wie hij het werk heeft
opgedragen.
Passie noemt de muzikale duizendpoot zijn grote drijfveer. En wie hem
aan het werk ziet twijfelt daar niet aan. Als hij bezig is met de door
hemzelf ontworpen instrumenten, maar ook als hij praat over zijn
muziek, straalt hij een intense beleving uit. Een beleving, die hij
moeiteloos overbrengt op iedereen om hem heen.
Geluidsbouwer De Wit laat zich bij het ontwikkelen van een project
vooral leiden door de bebouwde omgeving. Toen hij van organisator Neil
Wallace het verzoek kreeg een stuk te maken voor de Koorbiënnale,
was het eerste wat hij deed een bezoek brengen aan de onttakelde
Stadsschouwburg. Zijn indruk: "Dit is zwaar. Dit is de dood, het heeft
iets van een crematorium." De Wit: "Ik ben gefascineerd door gebouwen.
Probeer de betekenis ervan te pakken te krijgen. Vervolgens ga ik
daarmee aan de slag. In feite ben ik niks meer dan een geluidsetaleur."
Elk project, beklemtoont hij, is anders. Beter gezegd: maakt hij
anders. Zijn muziekprojecten zijn meer dan noten op papier. Ze krijgen
inhoud en betekenis door de omgeving waarin ze zich afspelen, door het
gebruik van door hemzelf gebouwde instrumenten en door de gebruikte
noten. Hij noemt dat 'het componeren voorbij de partituur'. Met andere
woorden: de partituur is slechts één onderdeel van het
geluid.
Projecten van Harry de Wit zijn dan ook meer een belevenis dan een
concert. Er gebeurt van alles; atypische geluiden komen van alle
kanten; merkwaardige instrumenten produceren merkwaardige tonen.
In Whispers of heavenly death 1
gebruikt De Wit de accordeon als een lichte vorm van het orgel. Een
orgel hoort nu eenmaal bij een afscheid, maar "ik wilde niet zoiets
zwaars als een orgel. Het moest wat lichter zijn en daarom heb ik voor
de accordeon gekozen".
De 'fluisteringen van de hemelse dood' beogen het 'gedoe' van de
wereld op te vangen. Al dat onzinnige geschreeuw en gepraat moet zich
oplossen in 'fluisteringen', zodat uiteindelijk alleen de poëzie
van de klank overblijft. Het stuk bestaat uit drie delen. Het eerste
deel gaat over de vraag waarom de mens op de wereld is, deel twee gaat
over de onderlinge concurrentie tussen de mens en in het derde deel
komt de dood als vertroosting om de hoek kijken. "Het wordt dan bijna
ontroerend: iedereen gaat naar één toon".
Harry de Wit zegt veel te vragen van de deelnemers aan zijn
projecten. "Zij moeten 't voelen, ervan genieten. Ze moeten 't gevoel
krijgen dat meedoen een verrijking is. Daarom vraag ik veel van ze,
maar ik doe het voor hen. Ik ben dol op het werken met mensen. Ik ben
op en top een mensenmens". Hij is extra gemotiveerd door het overlijden
van vriend met wie hij de 'fluisteringen' ontwikkelde. "Ik hoop dat hij
morgen tijdens de uitvoering naar beneden kijkt."

Alles of niets-esthetiek op koorbiënnale
in onttakelde schouwburg
Muziek
Whispers of Heavenly Death 1 van
Harry de Wit, o.l.v. René Nieuwint.
22 juni, Stadsschouwburg, Haarlem
Het inwendige van de oude Stadsschouwburg in Haarlem biedt een
onttakelde, maar daarmee des te imponerender aanblik. Alle stoelen zijn
uit de zaal verwijderd, en op de plaats van het podium is een tribune
opgesteld voor het publiek - dat kan nu de zaalvloer en de dubbele rij
balkons die bezet zijn door een schare zangers en instrumentalisten
eens van de andere kant bekijken. Want ondanks de verbouwing wordt de
schouwburg nu en dan gebruikt voor bijzondere producties, zoals Whispers of Heavenly Death 1 dat
deel uitmaakt van de Haarlemse Koorbiënnale.
Hoewel het festival zich allereerst richt op het presenteren van
een internationale keur aan beroepskoren is de amateurzanger niet
vergeten. Whispers of Heavenly
Death, gebaseerd op een gedicht van Walt Whitman, is speciaal
voor deze gelegenheid gecomponeerd door Harry de Wit.
Het was aanvankelijk de bedoeling dat er 250 zangers uit diverse
koren in het Haarlemse aan zouden deelnemen. Dat aantal is niet
helemaal gehaald. Toch produceren de vijftig zangers een respectabel
volume, hierin bijgestaan door het accordeonorkest Alphen Opus 2, tenor
Alan Belk, en een handvol muzikanten, waaronder de componist zelf.
De Wit is als componist een zij-instromer: Zijn muziek wortelt in
de pop en jazz, wat goed te horen is aan de vele herhaalde ritmes en
het alomtegenwoordige interval van de kwint. Dat geeft zijn muziek iets
naïefs. Maar in die beperking toont hij zich ook de meester. De
Wit schrijft hymnische kwinten, heroïsche kwinten,
bezwerende kwinten, en ga zo maar door. Het mooist zijn nog de
etherische kwinten die opstijgen uit een stel losse orgelpijpen en een
van glazen aanstrijkschijven voorziene zither.
Whisper of Heavenly Death
is opgebouwd uit zes secties die bij elkaar ruim een uur beslaan en
alle ongeveer hetzelfde stramien volgen: een fluisterzachte inleiding
met gesproken voordracht door de tenor, gevolgd door een groots
opgezett tutti. Dat
verleent het werk een indringend ritueel karakter. Hoewel De Wit
slagwerk, accordeons en zang goed tegen elkaar uitspeelt,
is het jammer dat hij met álles of niets'-esthetiek eigenlijk te
weinig gebruik maakt van de ruimtelijke werkingen die deze bijzondere
locatie hem biedt.
Het slot is daarop een prachtige uitzondering: terwijl alle musici
samenkomen op de begane grond blijft er van de muziek niets over dan
een lichaamloos, gezongen akkoord, afkomstig uit twee aanvankelijk
onzichtbare luidsprekers die vervolgens geleidelijk worden opgehesen
tot in de nok van de zaal - een sterke vondst.
Frits van der Waa
Bent u geïntereseerd in het werk van Frits van der Waa, dan
verwijzen u graag naar de eigen website van Frits: http://www.xs4all.nl/~fvdwaa/

Harry
de Wit biedt muzikale ontdekkingsreis
............................................
klassieke muziek + recensie Jan Kuys
'Whispers on heavenly death 1'.
Compositie: Harry de Wit. Dirigent René
Nieuwint. Uitvoerenden: Alphen Opus 2
en een gelegenheidskoor. Gehoord:
zondag 22 juni, Stadsschouwburg, Haarlem.
.............................................
Het is een fascinerend beeld: de spot is gericht op het eerste balkon,
waar tenor Alan Belk de eerste woorden spreekt van Whispers of heavenly death 1. De
rest van het onttakelde theater is in donker gehuld. De bezoekers zijn
in spannende afwachting van wat het community-project van componist
Harry de Wit te bieden heeft. Muziek als balsem voor een getormenteerd
leven? Hoop voor eenieder na een leven vol onzekerheid?
Voor de bezoeker van Whispers
on heavenly death 1 is het even wennen. In de onttakelde
Haarlemse Stadsschouwburg zijn de rollen deze zondag omgedraaid: het
publiek zit op een steigertribune op een plek waar voorheen het podium
was en zangers, dirigent en muzikanten bevinden zich in de zaal en op
de balkons. Een totaal omgekeerde wereld. De koorzangers zijn verdeeld
over de balkons, evenals het accordeonorkest Alphen Opus 2, dat links
en rechts van het publiek een plaats heeft gevonden op het
eerste balkon.
De bezoeker komt daardoor ogen tekort. Maar niet alleen ogen. Ook aan
oren kun je bij deze uitvoering geen gebrek hebben. De Wit vertelt zijn
muzikale verhaal aan de hand van een gedicht van Walt Withman en hij
doet dat met veel verve en vernieuwing. Hij voert je als het ware door
een geluidsspectrum met telkens nieuwe lagen. Aangezien die lagen zijn
opgebouwd uit onbekende, nieuwe geluiden ondergaat de luisteraar een
totaal nieuwe, muzikale ervaring. De Wit onderbouwt het verhaal op een
bijzonder knappe manier met sfeermuziek, die de boodschap perfect
ondersteunt.
Zo'n opzet loopt al snel het risico te ontaarden in allerlei
kunstzinnige trucs. Maar bij De Wit is daarvan in het geheel geen
sprake. Zijn over elkaar strijkende tegeltjes, zijn zelfgemaakte
instrumenten als de 'whistling pipes' of zijn 'blue tongues' produceren
muziek die altijd al bestond, maar nog nooit zo werd gemaakt. En dat
maakt de Fluisteringen
tot een heel vernieuwende ervaring.
Whispers on heavenly death 1 is
een fascinerende ontdekkingsreis door onontgonnen geluidsgebieden. Deze
reis prikkelt, daagt uit en smaakt vooral naar meer. Jammer dat er
slechts twee uitvoeringen waren.
